Get Adobe Flash player

Shaolin Kempo Kung-fu

Geschiedenis Shaolin Kempo Kung-fu

Shaolin Kempo ook wel Chinese Karate in Drakenstijl genoemd, wordt in de volksmond vaak aangeduid met Kung-fu. Stamt oorspronkelijk uit Indie maar kwam pas tot volle bloei in het Chinese Shaolin-klooster van de provincie Honan.

In het jaar 520, ten tijde van de Liang-Dynastie (506-550) kwam Ta Mo (in het Japans Bodhidharma) volgens een beroemde Chinese legende uit Indie naar China om de leer van Boeddha te verkondigen. In het beroemde Koningshof van Liang Wu-Ti wilde echter niemand naar hem luisteren en dien ten gevolge reisde hij verder naar het Noorden en kwam uiteindelijk uit bij het Shaolin-ssu klooster (Japans Shorinji) die zich bevond op de Hao-schan berg van de provincie Honan. Hier mediteerde hij jarenlang en gaf zijn leerlingen les in gezondheidsleer en zelfverdediging. Hij ontwikkelde voor de monniken 18 oefeningen die ook wel bekend staan als 'de 18 handen van Lohan'. Op deze wijze werd met invloed vanuit het Boeddhisme en de samenkomst van verschillende culturen de kunst van het gevecht zonder wapens beoefend (de weg van de vuist wordt in het chinees ook wel Chuan Fa genoemd).  Van daaruit is deze kunst steeds verder ontwikkeld tot de huidige vorm. In de 13de eeuw was er een andere grootmeester genaamd Chang San Feng. Hij wordt gezien als de grondlegger van de Tai-chi stijl (zachte hand). Hij leefde in diepe meditatie op de Wu-tang berg van de provincie Hupei. Hier perfectioneerde hij de kunst van het Shaolin-schaduwboksen, ook wel het Wu-Tank-P'ai genoemd, waar later het Tai Chi Chuan uit voortgekomen is. Aldus zijn hiervan de drie bekendste zachte (ook wel innerlijke/interne) stijlen af te leiden.

1. Tai Chi Chuan

Deze oefenvorm is helemaal terug te voeren naar Ta Mo's systeem. Alle bewegingen van deze stijl worden langzaam en zonder kracht uitgevoerd maar wel met uiterste concentratie. Het zijn voornamelijk vloeiende bewegingen die in elkaar overgaan,  lichaam en geest versmelten als het ware. Het voornaamste doel is het versterken van de geest en het lichaam en daaropvolgend zelfverdedigingtechnieken aan te leren.

2. Pa Kua Chuan

 Van de interne Kung-Fu systemen is Pa Kua het meest veranderlijk. Het vind zijn oorsprong in de 19de eeuw en is ontwikkeld door Fu Chen Sung. Het systeem kenmerkt zich door grote en voortdurende verandering. Verandering van dynamiek en snelheid, van hoogte en draairichting. Je kunt Pa Kua-beoefenaars daardoor gemakkelijk herkennen als ze bezig zijn. Vloeiende beweging, gevolgd door abrupte wending, bijzondere posities, soms zeer hoog of juist laag. Dit geeft een onvoorspelbare en zeer effectieve techniek. De nadruk ligt met name op het voetenwerk en de lichaamsbeweging.
Toch behoort Pa Kua niet voor niets bij de interne Kung-Fu. De beheersing van dit flexibele systeem is alleen mogelijk door intense communicatie en harmonie met je eigen lichaam en geest.
De beoefenaar beweegt zich op een speciale manier in een cirkelbaan. Deze symboliseert het Chinese 8-triagram (met de 8 richtingen en de 8 Pa Kua-dieren) en in het midden de harmonie van Yin-Yang. Er is een sterke relatie met de I-Tjing, het ook in het Westen als orakel beroemde Boek der Veranderingen.

3.Shin Yi Chuan of Hsing I

Deze stijl wordt gezien als de moeilijkste stijl terwijl die slechts uit 12 technieken bestaat. Juist hierdoor wordt tijdens de uitvoering allerhoogste preciesie vereist. Vanaf de oorspronkelijke Shaolin-school kwamen er in de loop der tijd steeds meer stijlrichtingen, ook wel Wushu (krijgskunst) stijlen genoemd, onder te verdelen in de Noordelijke en Zuidelijke stijlen. Dit was alleen al het gevolg van de natuurlijke omgeving en andere omstandigheden waarin de mensen leefden.

De stijlen uit het noorden waren vooral gericht op hardheid en kracht. De stijl was voornamelijk open en op een aanval werd nauwelijks uitgeweken. Het noorden van China is veel meer bergachtig dan het zuiden. De mensen die daar leefden moesten veel meer klimmen en kregen daardoor met name sterke benen. De noordelijke stijlen maken daarom veel meer gebruik van de benen.

De stijlen uit het zuiden waren terughoudend, de aanval kwam meestal bliksemsnel en bestond voornamelijk uit dodelijke technieken. In het zuiden was het land veel vlakker en werd veel landbouw bedreven waardoor de mensen daar sterkere armen kregen. De zuidelijke stijlen maken veel meer gebruik van de armen. Hier waren vooral de grote meesters Chuek Yuan, Li-Chieng en Pai Yu-feng in bedreven. Zij zijn vooral bekend geworden door de 5 dierenstijlen Draak-, Tijger-, Luipaard-, Slangen- en Kraanvogelstijl.

De bekendste Shaolin-scholen, die uit China voortkwamen, waren de Kwang-Tung-, Honan-, Fu-Kien-, Ngo Mei- en de Wu-Tang-scholen. Tegenwoordig zijn er meer dan 300 stijlrichtingen in Kung-fu waaronder het Shaolin-Kempo die ook bestaat uit de harde en zachte, snelle en langzame, aanvallende en terughoudende uitvoeringsvormen.

Aan de ontwikkeling van de Shaolin-technieken hebben voor een wezenlijk deel de verschillende chinese dynastieën bijgedragen. Met name in deze tijden werd de bevolking onderdrukt en was het verboden wapens te bezitten. Men sprak af op geheime locaties om verschillende zelfverdedigingvormen te beoefenen. In deze samenhang is de Nun Chaku een mooi voorbeeld. Deze dorsvlegel (een landbouwwerktuig) werd in combinatie met Kung-fu technieken als wapen ingezet. Mede door het voorgaande is met name in China het Kung-fu tot voller bloei gekomen.

Shaolin-Kempo is een van de bekenste Kung-fu vormen. Shaolin-Kempo zelf bestaat uit weer 5 verschillende stijlrichtingen, namelijk:

de drakenstijl
de slangenstijl
de tijgerstijl
de luipaardstijl
de kraanvogelstijl

Deze stijlen zijn ontwikkeld door de grootmeesters Chok Yuan, Li Cheng en Pai-Yu-Feng. Ook het Wu-Tank-Pa'i is een stijlrichting waar meerdere richtingen uit voortgekomen zijn, namelijk het Tai-Chi-Chuan, Pa Kua-Chuan en het Shin Yi Chuan. Hiermee wordt aangegeven dat uit enkele stijlrichtingen weer nieuwe stijlrichtingen kunnen voortkomen. Zoals algemeen bekend is zijn alle vechtsystemen uit Azië terug te voeren naar verschillende stijlrichtingen van het Chinese Kung-fu. In Japan bestaat er bijvoorbeeld een afgeleide vorm van het Shaolin-Kempo genaamd Shorinji Kempo. In de loop van de tijd is het systeem technisch gezien steeds meer gewijzigd waardoor het nog nauwelijks terug te voeren is naar de oorsprong. Alleen de naam Shorinji Kempo verraad nog iets gemeenschappelijks.

Drakenstijl

Om een draak te kunnen beschrijven kan men de draak het best vergelijken met een kat omdat de verhoudingen ongeveer hetzelfde zijn. De kat is bewegelijk en flexibel en valt bliksemsnel haar slachtoffer aan. De vijf zwaartepunten zijn de vier voeten en het hart. Alles is zo op elkaar afgestemd dat zij zich op elk moment in elke richting wenden kan. Hier wordt het harde met het zachte verbonden. Alles gebeurd zonder enige krachtinspanning. Hoofd en romp zijn rechtop. De lucht wordt langzaam en gelijkmatig ingeademd en verzameld zich boven het middenrif. De ogen zijn overwegend vooruit gericht en hierdoor in staat alle bewegingen waar te nemen.

Een ander symbool van de draak is de kraanvogel. De bewegingen van de kraanvogel zijn snel en elegant. Deze kenmerken samen vormen de drakenstijl. De drakenstijl is een van de meest populaire stijlen van het Kung-fu en komt van al deze stijlen het meeste voor.

Document bookmarks:

De betekenis van de woorden

Een Chinese gevechtskunst staat ook wel bekend als Wushu maar nog bekender als Kung-fu. In feite is Kung-fu geen juiste benaming. Kung-fu wordt vooral in westerse landen gebruikt om de verschillende Chinese vechtkunsten aan te duiden. In China gebruikt men de benaming Wushu dat 'krijgskunst' betekent. Kung-fu betekent letterlijk 'vaardigheid', vaardigheid wordt verkregen door iets langdurig en intensief te beoefenen. Wanneer iemand erg bedreven in iets is zegt men ook wel dat hij of zij hierin Kung-fu '=vaardig' heeft.

Waar komt het woord Kempo vandaan? Het woord Kempo komt zowel in het Chinees als in het Japans voor en heeft daar dezelfde betekenis. Het betekent 'vuistvechter' of 'de weg van de vuist'. In het dagelijkse taalgebruik wordt door de chinezen het woord Chuan Fa gebruikt en door de japanners het woord Kempo. Daarom is het Kempo eigenlijk meer een Japans woord. In enkele Japanse woordenboeken wordt ook wel het woord Kenpo gebruikt wat dus hetzelfde is.
-terug

De leer van Boeddha

Boeddha leerde aan zijn volgelingen de volgende vier waarheden:
(1) Leven is lijden
(2) De oorzaak van het lijden is het verlangen of de begeerte.
(3) Het verlangen moet worden overwonnen.
(4) Het geëigende middel daartoe is het achtvoudige pad
       (acht stappen naar verlichting:
        Het ontwikkelen van wijsheid door:
        1. juist zien
        2. juist denken
        Het ontwikkelen van een ethische levensstijl, deugd
        3. juist spreken
        4. juist handelen
        5. juist levensonderhoud
        Meditatie
        6. juiste inspanning
        7. juiste opmerkzaamheid
        8. juiste concentratie)

De leer van de Boeddha is geen godsdienstige leer maar is in wezen een levensleer of religie. Het boeddhisme is geen godsdienst omdat de vraag of God of een hogere macht bestaat niet relevant is in het boeddhisme. Het boeddhisme is met andere woorden 'non-theïstisch'. Het kan wel een religie worden genoemd omdat er naast een aantal praktische levensadviezen sprake is van metafysische en mystieke elementen.
-terug