De 10 sparringsregels
Een ander woord voor oefengevecht is sparren. Tijdens het sparren oefent de leerling zijn technieken met een echte tegenstander. Om effectief te leren sparren zijn er een aantal sparregels opgesteld door de Martial-arts school. Door het toepassen van deze regels wordt de basis gelegd voor een goed gevecht met zo min mogelijk verrassingen, een optimale bescherming van jezelf en zo veel mogelijk rake en effectieve technieken.
1. Kijk de tegenstander in de ogen aan!
Door het aankijken van de tegenstander blijft het hoofd opgericht. Hierdoor kunnen alle bewegingen van de tegenstander gevolgd worden, zowel hoog als laag. Wanneer er bij een dreigende trap aanval naar de voeten gekeken wordt, worden de hoge technieken zoals een stoot naar het hoofd niet meer waargenomen.
2. Zorg altijd voor een dichte dekking!
Laat de armen tijdens een aanval niet langs het lichaam zwabberen maar houdt de dekking dicht. Bescherm het hoofd en het lichaam. Wissel de dekking regelmatig af zodat de tegenstander niet de tijd krijgt om een aanval uit te denken. Een goede dekking bij een stand links voor is bijvoorbeeld de linker arm iets lager als dekking voor het lichaam en de rechter iets hoger als dekking voor het hoofd.
3. Let op een goede lichaamshouding en weet wanneer te spannen en te ontspannen!
Houdt de knieën altijd licht gebogen en beweeg soepel op de voeten. Hierdoor is de impact van een aanval minder groot. Bij het zogenaamde aftasten is het lichaam ontspannen en de ademhaling gecontroleerd. Bij de aanval wordt de kracht verzameld en op het moment van raken vrijgegeven, net als bij een Kiai. Bij het verdedigen wordt er ingeademd en worden de buikspieren aangespannen.
4. Draai nooit de rug toe!
Wanneer een tegenstander fysiek sterker lijkt draai dan niet de rug toe maar probeer zijdelings weg te bewegen. Wanneer de rug wordt toegedraaid en vaak ook het hoofd gebogen, heeft de tegenstander vrij spel en kan die raken waar die wilt. De schade is dan altijd groter dan wanneer je blijft kijken en probeert te blokkeren en weg te draaien. De uitzondering op deze regel is bij een gedraaide of achterwaartse techniek.
5. Val aan met een trap en ga door met een handtechniek wanneer de afstand groter is dan gevechtsafstand!
Vaak zie je tijdens het sparren dat de tegenstanders elkaar aftasten en de afstand tot elkaar variëren. Wanneer de aanval ingezet wordt bij een grote afstand moet begonnen worden met een trap techniek. Wanneer de afstand vervolgens kleiner is kan verdergegaan worden met de vuisten. Het idee hierachter is dat een trap techniek een grotere afstand overbrugt dan een hand techniek.
6. Wissel links- en rechtsvoor af!
Geef de tegenstander niet de kans een aanvalsplan uit te denken. Varieer standen en zet afwisselend het linker of rechter been voor. Dit geldt ook voor het inzetten van technieken. Trap bijvoorbeeld niet alleen met je beste been maar ook met de ander.
7. Vecht niet in 1 rechte lijn!
Probeer niet bij aanvallen alleen maar recht naar voren te gaan en bij verdedigen recht naar achter. Vooral beginnelingen doen dit maar ook gevorderden maken deze fout nog wel eens. Probeer tijdens een aanval kansen te creëren door bijvoorbeeld naar de rugzijde uit te wijken in plaats van recht naar achter te gaan en de aanval te pareren.
8. Wacht je kansen af!
Neem de bewegingen van de tegenstander in je op en probeer niet al je energie te steken in zinloze aanvallen. Wacht het juiste moment af en sla toe. Soms zie je dat een vechter alleen maar aanvalt in de hoop dat een techniek een keer raak is. Af en toe aanvallen om de tegenstander te laten weten dat je er bent is goed maar put jezelf niet uit. Sterker nog, een tactische tegenstander wacht totdat de vermoeidheid toeslaat bij zijn tegenstander en grijpt dan zijn kansen.
9. Een countertechniek is beter dan ontwijken of pareren!
Tijdens het sparren is er vaak een patroon te ontdekken, eerst valt de ene aan, de ander blokt en valt vervolgens ook aan. Dit gaat eindeloos door en weinig technieken zijn raak. Probeer tijdens de aanval van de tegenstander direct een techniek in te zetten, de zogenaamde counter. De tegenstander heeft door de inzet van zijn aanval niet de kans om snel te verdedigen. De Gyaku-tsuki vanuit een stevige stand, zoals Zenkutsu-dachi, is een vaak scorende counter techniek.
10. Een zware tegenstander betekent snelle aanvallen!
Wanneer de tegenstander zwaarder is zullen zijn/haar technieken harder zijn maar minder snel dan jouw technieken. Ook zal hij/zij minder snel verplaatsen. Maak hier gebruik van, blijf uit de reach (reikwijdte van technieken) en beweeg snel om de tegenstander heen. Val af en toe snel aan en maak een paar, hooguit drie technieken en maak dat je weer wegkomt.